
Elektrische bussen en treinen
Eind 2025 rijden we met 383* elektrische bussen, in 2026 zal dat aantal groeien tot ruim 600.
(*waarvan 318 in eigendom van Arriva)



Eind 2025 rijden we met 383* elektrische bussen, in 2026 zal dat aantal groeien tot ruim 600.
(*waarvan 318 in eigendom van Arriva)

Onze bussen rijden volledig op groene stroom. Ook de stroom die we gebruiken voor onze elektrische treinen wordt groen opgewekt*.
(*Een deel van de stroom voor onze treinen wordt buiten Nederland opgewekt en daarom door de CO2-Prestatieladder als grijze stroom aangemerkt. We vergroenen deze stroom zelf, en kunnen dus wel groene stroom rapporteren.)

Waar elektrisch nog geen optie is, gaan we van diesel naar biobrandstof (HVO). En draaien we een pilot met bussen die op waterstof rijden.

In onze panden vervangen we cv-ketels voor warmtepompen of verwarming via airco. Waar dat niet kan, gebruiken we groen gas.
Elektrische bussen en treinen inzetten. Dat is veruit de grootste stap die we kunnen maken om onze CO2-uitstoot te verminderen. Waar het spoor nog niet geëlektrificeerd is – zoals in het noorden van het land – rijden we met dieseltreinen die op biobrandstof rijden en een klein batterijpakket aan boord hebben. Bij het remmen slaat de trein energie op die het daarna gebruikt om energiezuinig op te trekken. Zodra het spoor er klaar voor is, bouwen we ze om naar volledig elektrische treinen. En goed nieuws: deze Winktreinen rijden inmiddels al deels elektrisch door aanpassingen aan het spoor.

Nieuwe voertuigen die we aanschaffen zijn altijd elektrisch. Behalve onze lange afstandsbussen en buurtbussen, omdat accu’s lange tijd niet de afstanden en hoge snelheden aan konden. Inmiddels komen er accu’s op de markt die dat wel kunnen, we onderzoeken nu of wij die ook kunnen gaan inzetten.
Verder maakt de accu die een elektrische buurtbus nodig heeft voor meerdere ritten, de bus te zwaar voor vrijwillige chauffeurs met een B-rijbewijs. Met een pilot in Brabant onderzoeken we of we met twee elektrische buurtbussen kunnen afwisselen. Daarbij laadt de een terwijl we met de ander de route rijden.


In Maastricht testen we in het project Vitalise een nieuwe technologie om de batterijgezondheid van elektrische bussen te verbeteren. Dat doen we met een zogeheten CheckUp-tool. Die meet de batterijgezondheid van elektrische bussen terwijl ze ’s nachts laden. De metingen geven inzicht in onder meer temperatuur, laadsnelheid en laadniveau. Met die informatie kunnen we bussen efficienter inzetten en laden waardoor de batterijen 20% langer meegaan. Meer weten over deze samenwerking met TNO, Chargepoint en Heliox Energy? Lees ons persbericht over Vitalise.

Biobrandstof vormt een belangrijke en noodzakelijke tussenstap richting de elektrificatie van onze bussen en treinen. Hiervoor gebruiken we HVO (hydrotreated vegetable oil), een biobrandstof die diesel vervangt en zorgt voor een CO2-reductie van 90% ten opzichte van diesel.
In sommige regio’s gebruiken we als extra tussenstap een HVO30-blend. Deze biobrandstof bestaat uit 30% HVO gemengd met diesel. Dit zorgt al wel voor een vermindering van 30% van onze CO2-uitstoot ten opzichte van diesel.
Zo gebruikten wij HVO in 2025:
In totaal reden:

In de Achterhoek rijden we met 9 waterstofbussen. Dit doen we als onderdeel van het Europese project JIVE (Joint Initiative for Hydrogen Vehicles Across Europe). De 9 vervangen dieselbussen rijden op groene waterstof, waardoor ze onze CO2-uitstoot verminderen. Ze hebben als enige bijproducten namelijk stoom en warmte. En dat is duurzaam!
We zetten al jaren in op de verduurzaming van onze kantoorlocaties, werkplaatsen en vestigingen. Met ledverlichting en sensorkranen verminderen we energie- en waterverbruik. En op zoveel mogelijk locaties vervangen we cv-ketels voor warmtepompen. In andere panden verwarmen we elektrisch via airco als overgaan op warmtepomp niet uit kan. Kopen of huren we nieuwe panden, dan zorgen we dat ze gasloos zijn.

De stroom waarop we rijden is 100% groene stroom. Al onze elektrische bussen en treinen maken hier gebruik van. Onze bussen op Nederlandse groene stroom en treinen op Europese groene stroom. Binnen de CO₂-Prestatieladder telt Europese groene stroom niet automatisch als groene stroom.
Daarom verduurzamen we deze stroom zelf verder met Garanties van Oorsprong. Pas na deze extra vergroening telt de gebruikte stroom mee als groene stroom binnen de CO₂-Prestatieladder. De Europese groene stroom kopen we in via een inkoopcollectief van spoorgebruikers. De verdere vergroening voeren we zelfstandig uit.
We brengen halfjaarlijks onze CO2-footprint in beeld. Die voetafdruk geeft weer hoeveel CO2 we uitstoten, waar die uitstoot vandaan komt en waardoor die wordt veroorzaakt.
Met een halfjaarlijkse rapportage krijgen we een duidelijker beeld van langetermijntrends en de impact van ons duurzaamheidsbeleid. Elk voorjaar publiceren we een voorlopige footprint, en in de daaropvolgende zomer een definitieve als we alle cijfers hebben verwerkt.
Alle footprints vanaf de start in 2019 vind je terug in de lijst bij 'Publicaties'.

De CO2-Prestatieladder kent 5 niveaus: van beginner in CO2-reductie tot voorloper. Wij zijn trots dat we sinds 2024 op niveau 5 staan. Dit betekent dat we niet alleen onze eigen uitstoot minimaliseren, maar ook actief werken aan verduurzaming van onze hele keten. Denk aan de productie van vervoermiddelen, de bouw van infrastructuur en de recycling of afvalverwerking daarvan.
Voor niveau 5 hebben we ketenanalyses uitgevoerd die bijdragen aan verdere CO2-reductie. Onze eerste analyse richtte zich op het verlengen van de levensduur van busbatterijen, waarmee we grondstoffen en energie besparen. De tweede analyse ging over het versterken van onze samenwerking met onderaannemers, zodat we samen de uitstoot in busvervoer nog verder konden verlagen.
Voor het hoogste niveau van de CO2-Prestatieladder innoveren we continu. Bijvoorbeeld met de CO2-barometer in samenwerking met de TU Delft. Met de barometer berekenen we vooraf de effecten van aanpassingen aan vervoersmiddelen, brandstoffen, infrastructuur en rijstijl. Zo maken we de meest duurzame keuzes en blijven we voorop lopen in CO2-reductie.
Na zeven jaar samenwerking sloten we dit traject in de zomer van 2025 af. De inzichten uit het postdoc-onderzoek voor de CO2-barometer helpen ons om onze CO2-footprint verder te verkleinen en onze uitstoot terug te dringen.
Dat we nu op trede 5 staan, hebben we samen gedaan. Met onze sectorgenoten werken we aan één doel: minder CO₂-uitstoot in het hele openbaar vervoer. Ook binnen de coalitie Anders Reizen blijven we stappen zetten. Samen werken we toe naar onze ambitie om de CO₂-uitstoot van zakelijk verkeer in 2030 te halveren ten opzichte van 2016.
Die samenwerking zien we ook terug op het spoor. Een deel van onze treinen rijdt nog zonder elektrische aandrijving en gebruikt diesel. Binnen het Vivens-collectief nemen we daarom het initiatief om op steeds meer plekken over te stappen op HVO, een schonere brandstof. Dat zorgt voor een flinke vermindering van de uitstoot en is een belangrijke stap in de duurzame transitie van het spoor in Nederland.
Met start-up EcoPulse deden we in 2025 een pilot in het oosten van Brabant en Limburg om biodiversiteit in kaart te brengen. Na busritten verzamelde EcoPulse minuscule natuurdeeltjes van onze voertuigen. Die bevatten DNA van micro-organismen en dieren in de omgeving. Dit environmental DNA (eDNA) maakt het mogelijk om duizenden soorten te detecteren – zelfs als je ze niet met het blote oog kunt zien.
Zo ontstaan unieke inzichten voor boeren, onderzoekers en beleidsmakers. Denk aan het vroegtijdig herkennen van schadelijke insecten, schimmels of invasieve soorten zoals muggen die ziektes kunnen verspreiden. Met dit innovatieve project dragen we bij aan kennisontwikkeling én aan duurzame oplossingen voor de toekomst.

Bij aanbestedingen kan onze certificering op de CO2-Prestatieladder het verschil maken. Voor het eerst zetten we die in bij de concessie Twente ZHO, en inmiddels hebben we dit ook gedaan met een tweede concessie: die van Noord-Brabant West waar we sinds 6 juli 2025 zijn gestart. Daar hebben we het bestaande contract weten te behouden. In deze regio werken we volop aan de overstap naar zero emissie. Omdat de ontwikkelingen hier snel gaan, zullen we voortaan apart over deze concessie rapporteren.
In Twente hebben we in het eerste jaar (zo laat de definitieve CO2-footprint over 2024 zien) een CO2-uitstoot van ongeveer 967.000 kilo (ongeveer 1% van onze totale uitstoot).. In het eerste half jaar van 2025 zien we in de voorlopige footprint de CO2-uitstoot dalen naar ruim 6.000 kilogram. Over dezelfde periode in 2024 was dat nog 2,5 miljoen kilogram, omdat er toen meer inzet was van dieselbussen.
We verwachten dat de uitstoot verder daalt omdat we steeds meer elektrische bussen inzetten. Die rijden op groene stroom en stoten dus niets uit. Verder kijken we naar de inzet van HVO en hoe we onze panden verder kunnen verduurzamen.
Wij maken onderscheid in verschillende emissies, dit zijn:

Sinds 2019 werkt Arriva actief aan het verminderen van de eigen CO₂-uitstoot en later ook die van de hele keten. Dit doen we via ons Energie Management Actieplan (EMA), waarin we onze doelen en maatregelen vastleggen. Met onze emissie-inventaris brengen we daarnaast zowel de directe als indirecte emissies van onze bedrijfsactiviteiten in kaart. In het EMA publiceren we jaarlijks onze CO₂-footprint. Je kunt het plan, en andere belangrijke documenten vinden onder publicaties.
Onze uitstoot wordt vooral veroorzaakt door dieselgebruik. Daarnaast spelen ook stroom en aardgas een rol. Door de overstap naar HVO zagen we in 2022 een duidelijke daling in de CO₂-uitstoot. Hoewel ook voor 2023 de inzet van HVO gepland stond, moest deze halverwege 2023 tijdelijk worden gestaakt door de hoge kosten en beperkte beschikbaarheid. In de loop van 2024 begonnen we weer meer HVO te gebruiken en wisten we de eerder ingezette daling voort te zetten.

Uit onze voorlopige CO2-footprint voor 2024 komen de volgende belangrijke trends:
De eerste is netcongestie, dit gaat om overbelasting van het energienet. Om dit in te perken, zijn nieuwe energieaansluitingen lang niet overal te krijgen. Of alleen met flinke vertraging. Hierdoor kunnen we minder snel bussen en treinen elektrificeren dan we zouden willen.
Een andere uitdaging is beperkingen in de techniek. Een voorbeeld is de ontwikkeling van batterijtechniek. Tot voor kort was die nog niet geschikt voor langeafstandsbussen. Inmiddels is die dat wel, waardoor we ook die bussen in de toekomst kunnen elektrificeren.
Tot slot hebben grote wereldgebeurtenissen soms ook invloed op de snelheid van onze verduurzaming. Zo zorgde de oorlog in Oekraïne voor zo’n stijging van de prijs van biobrandstof HVO dat we ons gebruik van deze brandstof een jaar stil moesten leggen.
Ja, Arriva neemt deel aan het sectorinitiatief Streekvervoer Personenmobiliteit. Dit initiatief is opgezet door de Nederlandse streekvervoerders, waaronder Arriva, EBS, Keolis, Qbuzz en Transdev. Samen werken we aan het verlagen van de CO₂-uitstoot binnen werkgebonden personenmobiliteit, een niet-concurrentiegevoelig onderdeel van onze bedrijfsvoering.
Met de komst van het Besluit CO₂-reductie werkgebonden personenmobiliteit zien we een kans om gezamenlijk effectiever en efficiënter te verduurzamen. Binnen het initiatief leren de deelnemende partijen van elkaars aanpak, bijvoorbeeld op het gebied van monitoring en reductiemethodes. Het initiatief is tot stand gekomen op voorspraak van Transdev en wordt door alle streekvervoerders ondersteund.
Als onderdeel van de CO2-Prestatieladder doen wij ook mee in zogenaamde participatieprojecten. Daarin werken we samen met andere partijen om onze eigen CO2-uitstoot, en die van anderen, te verminderen. Wij werken mee aan verschillende participatieprojecten, waaronder:
In een proef van de provincie Groningen, ProRail, Alstom en Dekra deden we nachtelijke testritten met een nieuwe door Alstom ontwikkelde waterstoftrein.
Daarnaast hebben we huidige dieseltreinen – die inmiddels op HVO rijd – in overleg met treinleverancier Stadler uitgerust met recuperatieve batterijen. Die slaan remenergie op. Die gebruiken we tijdens het stationair draaien van de treinen op een eindstation.
Ook zijn onze WINK-treinen bij aanschaf al geschikt gemaakt voor gebruik van biobrandstof HVO. En kunnen ze worden omgebouwd naar elektrische treinen.
Een belangrijk onderdeel van CO2-uitstoot terugdringen is het aanpakken van emissies door woon-werkververkeer en zakelijk verkeer van medewerkers van ov-bedrijven zelf.
Daarom hebben we een nieuw mobiliteitsbeleid sinds 2020. De focus is: vraag je af of je écht moet reizen. En vervolgens hoe je dat zo groen mogelijk doet. Daarvoor zetten we in op elektrische leaseauto’s, het stimuleren van ov-gebruik voor woon-werk en zakelijk reizen en de uitbreiding van de mogelijkheden tot thuiswerken. Sinds april 2024 is Arriva ook lid van de Coalitie Anders Reizen waarin we samen met andere Nederlandse bedrijven de uitstoot van zakelijk reizen en woon-werkverkeer proberen te verduurzamen. Zo werken we ernaartoe om de CO2-uitstoot door zakelijk reizen van onze medewerkers in 2030 te halveren ten opzichte van 2016.
Circulariteit is nauw verbonden aan klimaatneutraliteit. Circulariteit draait namelijk om het hergebruiken van materialen en producten om afval te verminderen en grondstoffen te sparen. Dit vermindert de CO2-uitstoot omdat je minder grondstoffen gebruikt en minder afval verbrandt. Dus ook circulariteit draagt bij aan klimaatneutraal werken.
Wat we nu zoal doen aan circulariteit? Bij Arriva doen we veel pilots met producten van herbruikbare materialen zoals busstoelen van geperst hout. Of stoelbekleding van gerecyclede petflessen. We passen ook steeds meer circulaire principes toe in onze vestigingen. En gaan veel samenwerkingen aan voor circulaire oplossingen, zoals het verlengen van de levensduur van onze batterijen. Op onze pagina over circulariteit vind je wat we allemaal nog meer doen én hoe we transparant in kaart brengen waar we staan qua circulariteit.
Uit onze voorlopige CO2-footprint voor 2024 komen de volgende belangrijke trends:
Als onderdeel van de CO2-Prestatieladder doen wij ook mee in zogenaamde participatieprojecten. Daarin werken we samen met andere partijen om onze eigen CO2-uitstoot, en die van anderen, te verminderen. Wij werken mee aan verschillende participatieprojecten, waaronder:
In een proef van de provincie Groningen, ProRail, Alstom en Dekra deden we nachtelijke testritten met een nieuwe door Alstom ontwikkelde waterstoftrein.
Daarnaast hebben we huidige dieseltreinen – die inmiddels op HVO rijd – in overleg met treinleverancier Stadler uitgerust met recuperatieve batterijen. Die slaan remenergie op. Die gebruiken we tijdens het stationair draaien van de treinen op een eindstation.
Ook zijn onze WINK-treinen bij aanschaf al geschikt gemaakt voor gebruik van biobrandstof HVO. En kunnen ze worden omgebouwd naar elektrische treinen.
Een belangrijk onderdeel van CO2-uitstoot terugdringen is het aanpakken van emissies door woon-werkververkeer en zakelijk verkeer van medewerkers van ov-bedrijven zelf.
Daarom hebben we een nieuw mobiliteitsbeleid sinds 2020. De focus is: vraag je af of je écht moet reizen. En vervolgens hoe je dat zo groen mogelijk doet. Daarvoor zetten we in op elektrische leaseauto’s, het stimuleren van ov-gebruik voor woon-werk en zakelijk reizen en de uitbreiding van de mogelijkheden tot thuiswerken. Sinds april 2024 is Arriva ook lid van de Coalitie Anders Reizen waarin we samen met andere Nederlandse bedrijven de uitstoot van zakelijk reizen en woon-werkverkeer proberen te verduurzamen. Zo werken we ernaartoe om de CO2-uitstoot door zakelijk reizen van onze medewerkers in 2030 te halveren ten opzichte van 2016.
De eerste is netcongestie, dit gaat om overbelasting van het energienet. Om dit in te perken, zijn nieuwe energieaansluitingen lang niet overal te krijgen. Of alleen met flinke vertraging. Hierdoor kunnen we minder snel bussen en treinen elektrificeren dan we zouden willen.
Een andere uitdaging is beperkingen in de techniek. Een voorbeeld is de ontwikkeling van batterijtechniek. Tot voor kort was die nog niet geschikt voor langeafstandsbussen. Inmiddels is die dat wel, waardoor we ook die bussen in de toekomst kunnen elektrificeren.
Tot slot hebben grote wereldgebeurtenissen soms ook invloed op de snelheid van onze verduurzaming. Zo zorgde de oorlog in Oekraïne voor zo’n stijging van de prijs van biobrandstof HVO dat we ons gebruik van deze brandstof een jaar stil moesten leggen.
Circulariteit is nauw verbonden aan klimaatneutraliteit. Circulariteit draait namelijk om het hergebruiken van materialen en producten om afval te verminderen en grondstoffen te sparen. Dit vermindert de CO2-uitstoot omdat je minder grondstoffen gebruikt en minder afval verbrandt. Dus ook circulariteit draagt bij aan klimaatneutraal werken.
Wat we nu zoal doen aan circulariteit? Bij Arriva doen we veel pilots met producten van herbruikbare materialen zoals busstoelen van geperst hout. Of stoelbekleding van gerecyclede petflessen. We passen ook steeds meer circulaire principes toe in onze vestigingen. En gaan veel samenwerkingen aan voor circulaire oplossingen, zoals het verlengen van de levensduur van onze batterijen. Op onze pagina over circulariteit vind je wat we allemaal nog meer doen én hoe we transparant in kaart brengen waar we staan qua circulariteit.
Ja, Arriva neemt deel aan het sectorinitiatief Streekvervoer Personenmobiliteit. Dit initiatief is opgezet door de Nederlandse streekvervoerders, waaronder Arriva, EBS, Keolis, Qbuzz en Transdev. Samen werken we aan het verlagen van de CO₂-uitstoot binnen werkgebonden personenmobiliteit, een niet-concurrentiegevoelig onderdeel van onze bedrijfsvoering.
Met de komst van het Besluit CO₂-reductie werkgebonden personenmobiliteit zien we een kans om gezamenlijk effectiever en efficiënter te verduurzamen. Binnen het initiatief leren de deelnemende partijen van elkaars aanpak, bijvoorbeeld op het gebied van monitoring en reductiemethodes. Het initiatief is tot stand gekomen op voorspraak van Transdev en wordt door alle streekvervoerders ondersteund.